Cli­├źntin­for­ma­tie naar bu­reau Jeugd­zor­g: wan­neer wel­/­niet?

Jeugdzorg

Artsen en andere beroepsbeoefenaren worden regelmatig geconfronteerd met vragen over de uitwisseling van cliëntgegevens. Het beroepsgeheim is een groot goed, maar is niet absoluut.

Gegevensuitwisseling is voor bureau Jeugdzorg noodzakelijk om zijn taken goed uit te voeren. Daarom is er in de Jeugdwet een bepaling opgenomen die dat mogelijk maakt (artikel 7.3.11 lid 4). Een goed geïnformeerd bureau is immers beter in staat een zorgvuldige inschatting te maken over de situatie van een minderjarige en de te verlenen hulp aan de minderjarige en zijn of haar ouders.

Lees het hele artikel

Op verzoek van gezinsvoogd

De regel in de Jeugdwet houdt in dat de zorgverlener op verzoek van de gezinsvoogd informatie moet verschaffen aan de gezinsvoogd, zonder dat de zorgverlener toestemming hoeft te hebben van de wettelijke vertegenwoordigers van de cliënt.

Inlichtingen bij ondertoezichtstelling

Dat betekent niet dat alles aan de gezinsvoogd mag worden verteld en/of het dossier mag worden verstrekt. Ten eerste moet het gaan om inlichtingen over feiten en omstandigheden die de verzorging en opvoeding van de minderjarige betreffen of om inlichtingen over de persoon van de ouder of voogd. Ten tweede moet het gaan om inlichtingen die nodig zijn voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Er moet dus wel een ondertoezichtstelling zijn uitgesproken. Wordt aan deze voorwaarden voldaan? Dan mag de beroepsbeoefenaar ook op eigen initiatief inlichtingen aan de gezinsvoogd geven.

In andere situaties

De bepaling in de Jeugdwet is een bijzondere wet, een lex specialis. In andere situaties dan een ondertoezichtstelling gelden de gebruikelijke regels. Deze regels zijn onder meer te vinden in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). Artsen kunnen ook de KNMG-richtlijn Omgaan met Medische Gegevens raadplegen, die in september 2016 is geactualiseerd. Deze richtlijn wordt door tuchtcolleges ook wel toegepast op andere beroepsbeoefenaren.

Hebt u een vraag?

Leeft bij u de vraag of u gegevens mag of moet uitwisselen? Neem dan gerust contact op met het Team Zorgsector van DAS.

Mr. drs. Shirin Slabbers, senior jurist Team Zorgsector
s.slabbers@das.nl

'Horen, zien en zwij­gen': om­gaan met me­di­sche ge­ge­vens

GGZ

De nieuwe Wkkgz legt verplichtingen voor zorgverleners vast, die voorrang krijgen boven het beroepsgeheim.

Op grond van de Wkkgz moet een zorgaanbieder bij de inspectie (IGZ) melding maken van calamiteiten bij de zorgverlening. Ook moet een zorgaanbieder het bij IGZ melden als er geweld bij de zorgverlening heeft plaatsgevonden of als de arbeidsrelatie met een zorgverlener is beëindigd vanwege ernstige functioneringsproblemen.

Lees het hele artikel

Definitie van ‘geweld’

Een calamiteit is volgens de wet een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg en die tot de dood van een cliënt of tot een ernstig schadelijk gevolg voor een cliënt heeft geleid. ‘Geweld’ wordt gedefinieerd als: ‘het seksueel binnendringen van het lichaam van een cliënt, ontucht met een cliënt of geweld jegens een cliënt, gepleegd door iemand die in dienst van een instelling of van een opdrachtnemer van een instelling werkzaam is, dan wel door een andere cliënt met wie de cliënt gedurende het etmaal of een dagdeel in een accommodatie van een instelling verblijft.’

Meldingssysteem verplicht

Na een incident met overlijden moet de zorgaanbieder op grond van de Wkkgz aan de nabestaanden melden wat de aard en de toedracht van het incident is geweest. Zorgaanbieders zijn op grond van de Wkkgz bovendien verplicht om over een meldingssysteem (VIM) te beschikken. De informatie in een meldingssysteem is niet openbaar en de informatie mag niet aan derden worden verstrekt, tenzij de wet of de rechtspraak daartoe verplicht.

IGZ heeft recht op inzage

De Wkkgz verplicht de zorgaanbieder om in het medisch dossier informatie op te nemen over incidenten met (mogelijke) gevolgen voor de patiënt. IGZ heeft recht op inzage in medische dossiers voor zover deze inzage nodig is voor de uitvoering van haar taken. Dit vloeit voort uit de Wkkgz, de Gezondheidswet en de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz). Het niet-verlenen van inzage door de arts is een strafbaar feit en kan zelfs leiden tot het opleggen van een boete of dwangsom van IGZ.

Arts moet zelf afweging maken

De arts zal steeds zelf een individuele afweging moeten maken over welke feitelijke informatie in een concrete situatie van belang is.

Twijfelt u of wilt u ruggenspraak houden? U kunt altijd met ons Team Zorgsector overleggen.

Mr. Irene Apperloo, senior jurist Team Zorgsector
imi.apperloo@das.nl