Bezwaartermijn tegen ontslag op staande voet te kort

Door
DAS

‘De termijn om bezwaar aan te tekenen tegen ontslag op staande voet moet worden verlengd’. Dat vindt Pascal Besselink, arbeidsrechtjurist bij juridisch en financieel dienstverlener DAS. De termijn waarbinnen een werknemer actie moet ondernemen tegen een aan hem gegeven ontslag op staande voet is erg kort. Je moet uiterlijk binnen twee maanden na datum ontslag op staande voet een verzoekschrift hebben ingediend bij de rechtbank als je het ontslag wilt laten vernietigen. Die termijn van twee maanden geldt sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid en is een ‘harde’ vervaltermijn.

Te laat bij juridisch adviseur

‘Twee maanden blijkt in de praktijk erg kort. Soms gaan werknemers die op staande voet zijn ontslagen eerst informeren bij het UWV over een WW-uitkering. Ze krijgen dan te horen dat ze hier geen recht op hebben en melden zich uiteindelijk, soms pas weken na het ontslag, bij een juridisch adviseur. Die heeft dan vaak nog maar heel kort de tijd om een verzoekschrift bij de rechtbank in te dienen’, aldus Besselink. Als de rechter zich heeft uitgesproken over het ontslag, kan er vervolgens binnen een termijn van drie maanden hoger beroep tegen de beslissing van de rechter worden ingesteld.

Termijnen omdraaien

‘Ik pleit ervoor om de termijnen om te draaien’, zegt Besselink. ‘Dan heb je drie maanden om een verzoekschrift in te dienen bij de kantonrechter en twee maanden om vervolgens hoger beroep in te stellen. Dat lijkt mij logischer. Nadat een rechter het verzoekschrift heeft beoordeeld, hebben procespartijen namelijk vaak al een gemachtigde die snel kan inschatten of het zinvol en haalbaar is om in hoger beroep te gaan’.