Drie opmerkelijke arbeidsrechtzaken in 2017

Door de aantrekkende economie neemt het aantal ontslagzaken af. Dat geldt voornamelijk voor ontslag om bedrijfseconomische redenen. Maar in veel ontslagzaken is er vaak een andere reden voor het ontslag. Uit de in 2017 gepubliceerde arbeidsrechtelijke uitspraken, waarvan veel ontslagzaken, vielen mij de volgende drie zaken op.

Als je haar maar goed zit: billijke vergoeding gerestyled

De Wet werk en zekerheid kent twee ontslagvergoedingen. De transitievergoeding, die meestal wordt toegekend, en de billijke vergoeding die alleen wordt toegekend als er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever. De transitievergoeding wordt berekend aan de hand van een door de wetgever vastgelegde rekenmethode. De hoogte van de billijke vergoeding mag de rechter vaststellen. In de rechtspraak leidde dat tot verschillende manieren van berekenen en dus ook verschillende uitkomsten. In een ontslagprocedure van een kapster heeft de Hoge Raad dit jaar een belangrijke uitspraak gedaan en richtlijnen meegegeven voor de berekening van de billijke vergoeding.

Facebook is sociaal geleuter en niets waard: geen schadevergoeding van 30K

Schelden op je werkgever op social media kan reden zijn voor ontslag. In dit geval was er al een einde aan de arbeidsrelatie gekomen en een vaststellingsovereenkomst gesloten. Afgesproken werd dat zowel werkgever als werknemer zich zorgvuldig over elkaar zouden uitlaten. Zo niet, dan moet de een aan de ander een hoge boete betalen. Het kon niet lang duren. De werkgever ontdekte dat de werknemer in zijn besloten Facebookgroep een opmerking maakte die op zijn werkgever betrekking kon hebben. Dat was voor de werkgever aanleiding om de boete op te eisen. Daarop reageerde de werknemer met een tegeneis. Uiteindelijk stonden ze tegenover elkaar voor de rechter. Behalve dat de rechter de eis afwees moest het de rechter ook van zijn hart dat sociaal geleuter op Facebook niets waard is. De rechter schrijft letterlijk in het vonnis: “Hoe onverstandig en onbegrijpelijk dit sociale geleuter op Facebook ook hier weer uitpakt, niet vol te houden valt dat de werkgever en haar werknemers dan wel relaties zich aan deze tamelijk onbenullige uitwisseling van praatzieke babbelaars een buil zou kunnen vallen.”

Hoe alcohol niet hooghoudt

In deze zaak nam een vertegenwoordiger een stevige slok uit de voorraad die hij thuis had opgeslagen. De voorraad flessen was niet bedoeld voor eigen gebruik maar om mee te nemen naar slijters en andere klanten. Na de stevige slok stapte de vertegenwoordiger in de leaseauto en veroorzaakte een ernstig eenzijdig ongeval. Daarop meldde de vertegenwoordiger zich ziek en werd opgenomen in een verslavingskliniek. Vanwege het rijden onder invloed werd ook zijn rijbewijs ingetrokken. Gevolg is dat de vertegenwoordiger tijdelijk geen bezoeken aan klanten kan afleggen. De werkgever stelt dat het niet kunnen werken de schuld is van de werknemer en besluit de loonbetaling te staken. Dat valt verkeerd bij de vertegenwoordiger en hij stapt naar de rechter. De rechter komt tot de volgende conclusie: er is sprake van een alcoholverslaving en dat is een ziekte. En omdat deze verslaving reden is van de ziekmelding, is er volgens de rechter geen reden voor het stopzetten van de loonbetaling. De werkgever moet het ingehouden loon alsnog uitbetalen.

Ik vind het opmerkelijke zaken maar wel met betekenis. De praktijk heeft met de eerste uitspraak handvatten gekregen voor het berekenen van de billijke vergoeding, weet door de tweede uitspraak dat rechters geklets op social media soms beschouwen als borrelpraat en het laatste voorbeeld leert dat een alcoholverslaving nog steeds gewoon een ziekte is.

Pascal Besselink, senior jurist arbeidsrecht