Geen ontslag: waarom deze piloot niet de laan uitvliegt

Een piloot van Transavia mag weer vliegen van de rechter nadat Transavia hem op non-actief stelde. De piloot had een taakstraf van 100 uren en een rijontzegging van een jaar gekregen, omdat hij betrokken was bij een verkeersongeval met dodelijke afloop. Transavia verzocht de rechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, maar de rechter honoreerde dat verzoek niet.

Privégedrag

De publieke morele verontwaardiging was groot na de uitspraak van de rechter deze week. Hoe kan het dat een piloot die zich schuldig maakt aan roekeloos gedrag zijn baan als piloot mag behouden? In de rechtspraak en in de media zijn veel voorbeelden bekend van werknemers die door gedragingen in de privésfeer zijn geschorst, op non-actief gesteld zijn of uiteindelijk zelfs zijn ontslagen. Bijvoorbeeld werknemers die zich misdragen op een personeelsfeest of werknemers die zich op social media op een bepaalde wijze uiten waarvan de werkgever vindt dat die uitingen ontoelaatbaar zijn. Een ander voorbeeld is een werknemer die meeliep in een demonstratie van een extreem rechtse groepering. Ongetwijfeld ken je ook nog het geval waarin een man tijdens een dartwedstrijd op tv duidelijk zichtbaar in beeld kwam met een kwetsende tekst gericht aan voormalig Feyenoord doelman Kenneth Vermeer. De werkgever van die persoon stelde de betreffende werknemer op non-actief in afwachting van nader onderzoek. Eerste gedachte zal zijn dat de werkgever een punt heeft, maar kunnen dit soort gedragingen uiteindelijk tot je ontslag leiden?

Raakvlak

Uitgangspunt is dat privégedragingen op zich geen reden voor ontslag zijn. Dit kan anders zijn als er sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals gedragingen of uitlatingen van de werknemer die de eer of goede naam van de werkgever aantasten, de werkgever daardoor reputatieschade leidt of dat de arbeidsverhouding door die gedragingen onherstelbaar verstoord raakt. In dit soort kwesties moet altijd worden beoordeeld of er een raakvlak is tussen de gedragingen die zich in privétijd hebben voorgedaan en de bedrijfsactiviteiten. Daarbij zal vaak een rol spelen of de werknemer in de uitoefening van de werkzaamheden contact heeft met klanten van de werkgever en/of als visitekaartje kan worden gezien van het bedrijf.

Uiterste inspanning

In het geval van de piloot hebben zijn collega’s moeite met zijn gedrag en willen niet meer met hem werken. Dat collega’s problemen hebben met de gedragingen van een werknemer in privétijd is vaak onvoldoende om tot ontslag over te kunnen gaan. De werkgever heeft in dat geval een vergaande verplichting ervoor te zorgen dat betreffende werknemer met die collega’s moet kunnen blijven samenwerken. Dit zal niet altijd even eenvoudig zijn, maar de werkgever zal zich tot het uiterste moeten inspannen om escalatie op de werkvloer te voorkomen. Over de samenwerking oordeelt de rechter dat Transavia onvoldoende heeft onderbouwd dat het niet in het rooster is op te lossen en zij als goed werkgever sturing moet geven aan een gesprek tussen de piloot en zijn collega’s. Verder overwoog de rechter dat de publiciteit nadelige gevolgen kan hebben voor Transavia, maar dat op geen enkele wijze is onderbouwd dat deze structureel en van substantiële omvang is.

De lat ligt hoog

De lat voor de werkgever ligt dus hoog in dit soort kwesties. Dat wil echter niet zeggen dat die lat onbereikbaar is. Goede interne regels die zijn vastgelegd in een protocol of personeelsreglement kunnen hier zeker bij helpen. Aan de andere kant moet een werknemer zich er ook altijd bewust van zijn dat bepaalde privégedragingen van invloed kunnen zijn op het voortbestaan van zijn baan. Werknemer ben je namelijk niet altijd alleen maar van 9 tot 5.

Pascal Besselink, senior jurist arbeidsrecht

Reacties (3)

  • R.J.M. Kanters |

    het wordt hoog tijd dat we rechters en OvJ’s bij Pauw en Jinek zien om toelichting te geven op hun vaak onbegrijpelijk en maatschappijvreemd reageren.

  • mr.Gert Westerveld |

    Algemeen bekend mag worden verondersteld dat voor een gekwalificeerd piloot de waarde veiligheid, en het vermogen om risico’s daaromtrent te kunnen inschatten, voorwaarde zijn voor zijn functioneren. Naast kennis en toepassen van luchtvaartregels vloeit deze vaardigheid vooral voort uit een door intentie en oefening mbt verantwoordelijkheid en veiligheid verkregen houding. De desbetreffende piloot heeft pijnlijk aangetoond niet over deze noodzakelijke beroepshouding te beschikken. Dit is de reden waarom collega’s niet met deze man willen vliegen; zij vinden hem ongeschikt en niet betrouwbaar voor de verantwoordelijke functie van piloot. Moge de rechter in hoger beroep acht slaan op bovenstaande overweging.
    En om eea nog te verduidelijken: Een rechter die uitstekend functioneert, maar ?s nachts uit stelen gaat, kan ook niet rekenen op de argumentatie in het brokkenpilootvonnis.

  • G.v.Koolwijk |

    Een verkeersdeelnemer die ontzegging van de rijbevoegdheid krijgt vanwege betrokkenheid bij het veroorzaken van een verkeersongeluk met dodelijke afloop, is vervolgens w?l bevoegd om een vliegtuig te “besturen” met 250 passagiers? Leg dat de gewone, normaal denkende, burger maar eens uit!