Ontslag door vergeetachtigheid? Vergeet het soms maar!

Er moet een redelijke grond zijn, wil een werkgever de arbeidsovereenkomst met een werknemer kunnen beëindigen. Dan heeft die werknemer, als die 24 maanden of langer in dienst is geweest, recht op een transitievergoeding. Maar een werkgever hoeft geen transitievergoeding te betalen als zijn werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Deze regel is er sinds 1 juli 2015.

Als ik de rechtspraak bekijk, vallen mij twee dingen op. Het eerste is dat rechters ontbindingsverzoeken sinds 1 juli 2015 veel vaker afwijzen omdat de redelijke grond niet is aangetoond. Ten tweede concluderen rechters zelden dat een werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en als gevolg daarvan geen recht heeft op een transitievergoeding. Toch leiden vergelijkbare zaken soms tot andere uitkomsten. Dat laten deze twee zaken zien.

Kinderleidster vergeet kind in auto op zomerse dag

Op een warme zomerdag neemt een leidster van een buitenschoolse opvang samen met een collega-leidster een groep kinderen mee naar een buitenspeeltuin. De kinderen zijn tussen de 1 en 12 jaar. De leidster neemt vier kinderen mee in haar eigen auto. Haar collega neemt de andere zes kinderen mee in een bedrijfsauto. Ongeveer anderhalf uur na aankomst in de buitenspeeltuin komen de leidsters erachter dat één kind ontbreekt. Zij zoeken vergeefs in de speeltuin. Na controle van de parkeerplaats blijkt dat het tweejarige jongetje nog in de auto van de leidster zit. Daar heeft hij anderhalf uur gezeten, met een buitentemperatuur van bijna dertig graden. Hij is gelukkig ongedeerd.

De leidster wordt door haar werkgever geschorst en de volgende dag op staande voet ontslagen. Zij vecht dit ontslag aan. De rechter oordeelt dat het ontslag op staande voet onterecht is gegeven, maar ontbindt de arbeidsovereenkomst wel onder toekenning van de transitievergoeding. Van ernstig verwijtbaar handelen is volgens de rechter geen sprake. De werkgever van de leidster is het met dit oordeel niet eens en gaat in hoger beroep. Het hof oordeelt, anders dan de kantonrechter, dat de gedragingen van de leidster een dringende reden opleveren. Het hof oordeelt dat ouders hun kind, hun ‘kostbaarste bezit’, toevertrouwen aan een instelling en erop moeten kunnen vertrouwen dat hun kind daar de vereiste zorg en aandacht krijgt. Dat het hier om een niet opzettelijke, menselijke, fout gaat en dat zelfs sommige ouders weleens een vergelijkbare fout maken, weegt daar niet tegenop volgens het hof. De leidster is volgens het hof dan ook ernstig nalatig geweest en moet de transitievergoeding terugbetalen.

Verzorgende vergeet dementerende cliënte van toilet te halen

’s Avonds op 3 mei 2016 is een verzorgende aan het werk in een kleinschalige woonvoorziening. De volgende ochtend treft een collega van de verzorgende rond 8:30-9:00 uur een dementerende cliënte aan, hangend in de tillift boven het toilet in haar woning. Zij blijkt daar de avond daarvoor om 17:52 uur door de verzorgende op te zijn gezet, waarna hij haar is vergeten. De medewerkster van de nachtdienst had dit niet opgemerkt. De verzorgende had in een rapportage het volgende genoteerd: ‘Mevrouw is om 16.00 uur uit bed gehaald, was erg vermoeid. Sliep voortdurend aan tafel. Heeft met moeite nog wat pap en vla gegeten. Heb mevrouw hierna naar bed gebracht’.

Op 4 mei 2015 wordt de verzorgende na een gesprek over het incident op non-actief gesteld. De werkgever kondigt nader onderzoek aan. In een tweede gesprek wordt de uitkomst van het onderzoek naar camerabeelden en de aftekenlijst voor medicatie besproken. De werkgever laat de verzorgende weten dat zij de arbeidsovereenkomst niet kan laten voortduren en verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een transitievergoeding.

De rechter oordeelt dat de werkgever terecht stelt dat de verzorgende op onaanvaardbare wijze tekort is geschoten. Hij had vergeten dat hij de cliënte op het toilet had gezet, waardoor zij daar onacceptabel lang heeft gezeten. En ook valt het de verzorgende ernstig aan te rekenen dat hij twee keer niet naar waarheid heeft gerapporteerd. De rechter concludeert dat het om ernstige fouten gaat die de kern van het functioneren raken. Maar dan volgt er een uitgebreide motivering waaruit blijkt dat er bij de werkgever sprake is van een zeer hoge werkdruk. De verzorgende had op de bewuste avond meer verantwoordelijkheden dan de standaardbezetting. En dan kantelt de zaak. De rechter wijst de verzochte ontbinding af. De arbeidsovereenkomst blijft dus bestaan.

Conclusie

Een te makkelijke, zelfs flauwe, conclusie zou zijn dat een werknemer een dementerende oudere vrouw op een toilet wel mag vergeten, maar een tweejarig jongetje in een auto in de snikhete zon niet. Dat vergeetachtigheid in de ene situatie anders kan uitpakken dan in een andere situatie staat daarentegen wel vast.

Pascal Besselink, senior jurist arbeidsrecht bij DAS

Heb jij vragen over ontslag? Kijk dan op onze site of download onze gratis informatiegids.