Verbod op huisdier door huurbaas. Hoe zit het?

Reacties (4)

  • Stefan |

    Beste Anke,

    in uw stuk lees ik helaas niet terug of een verhuurder een verbod op huisdieren ?berhaupt wel mag opnemen in de huurovereenkomst. Ik vraag mij tevens af wanneer het verbod op huisdieren in het contract staat en het niet nageleefd wordt door de huurder, de verhuurder een onmiddellijke boete van 25 euro per dag mag opgeven, zoals vermeld in de ‘algemene bepalingen huurovereenkomst woonruimte’. Ik hoop dat u licht kunt werpen op deze vragen.

    Met vriendelijke groet,

    Stefan

  • Leon |

    Ik vind dit een lastig onderwerp want natuurlijk gun je iemand een maatje en een huisdier, maar als het in je contract staat dan kan dat nou eenmaal niet. Ik zit in hetzelfde schuitje, ik wil dolgraag een huisdier maar mijn contract is hetzelfde. https://www.dierengemak.nl/

  • L.B. |

    Niet helemaal akkoord met uw tekst.
    Verbod op huisdieren in een huurcontract is rechtsgeldig en is geen inbreuk op het privé-leven.
    Vraag en antwoord van de Europese Commissie voor de rechten van de mens. (art.8)

    Het recht op de eerbiediging van het privé-leven houdt in dat mensen relaties kunnen aanknopen met anderen. Het vestigen en onderhouden van contacten draagt bij tot de ontwikkeling en de verwezenlijking van de persoonlijkheid van het individu en dus het privé-leven.
    In dit kader kan de vraag rijzen of mensen ook kunnen eisen dat zij huisdieren mogen houden, aangezien zij hiermee ook een emotionele band kunnen ontwikkelen.
    Het EHRM legt zelf de nadruk op het aangaan van relaties met een affectieve waarde voor de verdere ontwikkeling van iemands persoonlijkheid.
    Deze vraag werd gesteld aan de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens. In de zaak X. v. Ijsland waarbij het houden van een hond in Reykjavik onderworpen werd aan een toelating van de overheid, stelde de eigenaar van de hond dat dit zijn recht op privé-leven aantastte.
    De commissie verwierp de klacht, aangezien zij meende dat artikel 8 EVRM niet geïnterpreteerd kan worden dat het aan eenieder het recht toekent om honden te houden. Het recht op privacy is een relationeel concept dat meer is dan intimiteit alleen, maar niet zo ver reikt dat het ook toepassing vindt op relaties met niet-menselijke wezens.
    Maar het Hof zegt er zelf bij dat het houden van een hond niet alleen op deze grond gerechtvaardigd kan worden. Zij stelt dat de man niet door het loutere feit van het hebben van emotionele banden met het dier zich op het recht op het priv?-leven kan beroepen.

    Het recht op eerbiediging van het privé-leven kan dus enkel ingeroepen worden door mensen en dit enkel voor intermenselijke problemen. Bijgevolg betekent dit dat het onderdeel van de de bescherming van het privé-leven van art 8 EVRM geen toepassing vindt in de problematiek inzake huisdieren.

    • Olav Wagenaar |

      Beste L.B.
      In het door u genoemde voorbeeld wordt alleen gekeken naar de rechten van de mens. Anke geeft aan dat als je alle belangen van de huurder en de verhuurder afweegt een algeheel verbod niet houdbaar is. Daarbij komt dat in het voorbeeld van IJsland een wettelijk verbod tot het houden van dieren (honden) bestaat. In Nederland kennen we zo’n algemeen verbod niet.
      Olav Wagenaar