Wet werk en zekerheid onder de loep in Tweede Kamer

Een aantal weken geleden belde de griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Of ik wilde deelnemen aan een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over de Wet werk en zekerheid. Over die vraag hoefde ik natuurlijk niet lang na te denken. Ik volg de Wet werk en zekerheid al sinds de behandeling in het parlement op de voet, ik heb er vanaf vorig jaar in mijn arbeidsrechtpraktijk dagelijks mee te maken en er ook al pagina’s over volgeschreven. Dit was dé kans om mijn ervaringen met die wet te delen met Tweede Kamerleden. En misschien kon ik zowaar ook nog invloed uitoefenen door suggesties voor verbeteringen van die belangrijke wet te doen.

Voorbereiding

Ik bereidde de hoorzitting goed voor en schreef een notitie over de eerste ervaringen met ontslag en de transitievergoeding onder de Wet werk en zekerheid. Voor die notitie maakte ik gebruik van de resultaten van een korte enquête die was uitgezet binnen de vakgroep Arbeidsrecht bij DAS.

Drie punten

Op woensdag 2 maart reisde ik in alle vroegte af naar Den Haag. Aangekomen in het gebouw van de Tweede Kamer maakte ik kennis met een aantal andere genodigden. Iets voor half tien ging de Suze Groenewegzaal open om vervolgens vol te stromen met journalisten, genodigden, geïnteresseerden en uiteraard de Kamerleden van verschillende politieke partijen. Nadat de voorzitter ons had verwelkomd en het verloop van het rondetafelgesprek had toegelicht, kregen alle genodigden de gelegenheid om zich voor te stellen en een korte inleiding te geven. Nadat de voorzitters van de Vereniging voor Arbeidsrecht Advocaten Nederland en de Vereniging voor Arbeidsrecht hadden afgetrapt, was ik aan de beurt. Ik belichtte kort drie punten: het fors toegenomen percentage afwijzingen van ontbindingsverzoeken sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid, de terughoudendheid bij mkb-ondernemingen vaste contracten aan te bieden en de problematiek rondom de slapende dienstverbanden.

Inbreng voor debat

Na mij spraken nog een kantonrechter, een hoogleraar arbeidsrecht en iemand van het UWV, waarna de Kamerleden vragen stelden over de verschillende onderwerpen die wij naar voren hadden gebracht. De Kamerleden hadden zich uitstekend voorbereid en stelden goede vragen. Ondanks dat de tijd veel te kort was om alle onderwerpen diepgaand te bespreken was het een zinvolle bijeenkomst. De Kamerleden zouden alle inbreng meenemen in een debat dat een week later met minister Asscher zou gaan plaatsvinden.

Critici hebben een punt

In de week tussen het rondetafelgesprek en het debat met minister Asscher stonden de kranten vol over de Wet werk en zekerheid en besteedden veel radio- en tv-programma’s aandacht aan deze belangrijke wet. De dag na het rondetafelgesprek liet de minister weten dat hij bereid was te kijken naar onder andere twee knelpunten die de dag ervoor tijdens het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer waren aangekaart. De minister gaf aan:

“Na twee jaar loon doorbetalen kan het onbillijk zijn om nog een transitievergoeding te betalen, zeker als je als bedrijf je best hebt gedaan voor de re-integratie van de zieke werknemer. Zo’n bedrijf zou je willen belonen. Ik vind dat de critici daar wel een punt hebben.”

De minister doelde hiermee op de slapende dienstverbanden. Een van de punten die ik had aangevoerd.

Verbetering

Ook gaf de minister aan dat het ontslagrecht verbetering verdient en bereid te zijn daarover het gesprek aan te gaan. Een week na het rondetafelgesprek vond er dus een debat tussen Kamerleden en minister Asscher plaats. De minister zegde toe om in gesprek te gaan over de belangrijkste knelpunten, waaronder de transitievergoeding na twee jaar ziekte. Gelijke behandelingswetgeving zal hierin worden betrokken. Voor 1 juli 2016 zullen de resultaten worden gepresenteerd. Ik blijf het, met weer een ervaring rijker, allemaal op de voet volgen.

Pascal Besselink, senior jurist arbeids- en pensioenrecht