Gekunstelde arbeidscontracten van de baan met de Wet arbeidsmarkt in balans

Door
DAS

Met de komst van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) zal de ingewikkelde 7-8-8 constructie voor tijdelijke dienstverbanden verdwijnen. Dit is een zege voor iedere werkgever die met tijdelijke dienstverbanden werkt. Vereenvoudiging van wetgeving is goed voor de kleine ondernemer. Ook tijdelijke werknemers zijn gebaat bij een helder arbeidscontract’, stelt Pascal Besselink, senior jurist arbeidsrecht bij DAS. 

‘We zien dat werkgevers onder de Wwz veel werken met de zogenoemde 7+8+8 constructie. Een constructie waarbij eerst een contract voor zeven maanden en daarna nog twee keer een contract voor acht maanden wordt afgesloten om vervolgens te bepalen of de werknemer voor onbepaalde tijd in dienst wordt genomen of niet. Voornaamste reden hiervoor is dat werkgevers werden verplicht om een transitievergoeding te betalen bij beëindiging van het arbeidscontract aan iedere werknemer die tenminste 24 maanden voor de werkgever heeft gewerkt’, legt Besselink uit. ‘Bij het afsluiten van een contract van zeven maanden en vervolgens twee contracten voor acht maanden is de totale duur 23 maanden en hoeven werkgevers geen transitievergoeding te betalen als het contract niet wordt verlengd’.

Proeftijd

Onder de Wwz mag je alleen een proeftijd opnemen bij een contract langer dan zes maanden. ‘Vandaar dat werkgevers kiezen voor een eerste termijn van zeven maanden om de gewenste proeftijd te behouden. Onder de Wab blijft dit ongewijzigd. Echter de noodzaak om als eerste contract een contract voor zeven maanden te sluiten verdwijnt. Dat heeft vooral te maken met de wijziging van de ketenregeling en de opbouw van de transitievergoeding’, zegt Besselink.

Terug naar 36 maanden

Onder de Wab wordt de ketenregeling weer verlengd van 24 naar 36 maanden en wordt transitievergoeding berekend vanaf de eerste werkdag. ‘De verwachting is dus dat het aloude vertrouwde jaarcontract weer basis zal vormen voor de meeste werkgevers en dat is maar goed ook. Dat geeft duidelijkheid voor iedereen. Er blijven onder de Wab, zo verwacht ik, nog genoeg bepalingen over waar dan weer creatief mee omgegaan zal worden’, aldus Besselink van DAS.