Hoofddoek op de werkplek: worsteling tussen neutraliteit en geloofsovertuiging

In april schreef ik een blog over het dragen van een hoofddoek op het werk. Ik wees op een uitspraak van de Nederlandse rechter. Ik gaf aan dat een verbod op het dragen van een hoofddoek op de werkplek niet door de beugel kan. Omdat hoofddoeken niet onzichtbaar gedragen kunnen worden is een verbod een te vergaande maatregel, zo stelde de rechter. Op 26 mei jl. ging het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens nog een stap verder. Het College stelde dat een werkgever, de rechtbank Rotterdam, discrimineerde door een sollicitante voor de functie van griffier af te wijzen vanwege haar hoofddoek. De rechtbank wilde de sollicitante niet inzetten als griffier omdat zij in de rechtszaal zou optreden en haar hoofddoek daarbij niet af wilde doen.

Advies

Gisteren las ik dat het Europees Hof van Justitie van de advocaat-generaal een advies heeft gekregen over het verbod tot het dragen van een hoofddoek op het werk. Het ging in deze zaak om een moslima die als receptioniste werkte bij een Belgisch beveiligingsbedrijf. De werkneemster wilde, na drie jaar in dienst te zijn geweest, op het werk een hoofddoek dragen en werd ontslagen.

Bedrijfsreglement

De advocaat- generaal van het Europees Hof zegt in zijn advies dat er in dit geval geen sprake is van directe discriminatie. Een verbod op het dragen van een hoofddoek mag worden toegestaan zolang dat maar is gebaseerd op een bedrijfsreglement waarin staat dat zichtbare politieke of religieuze symbolen niet zijn toegestaan. Hoewel de Europese rechter het advies nog naast zich neer kan leggen, wordt door velen verwacht dat dit niet zal gebeuren en het verbod zal worden toegestaan. Als het advies wordt overgenomen, is de kans groot dat de discussie over het zichtbaar dragen van religieuze uitingen verder zal oplaaien.

Neutraliteit

Ondertussen heeft de rechtbank Rotterdam laten weten dat zij vast houdt aan neutraliteit van de kleding van de rechters en griffiers. Zij legt daarmee dus, gemotiveerd, het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens naast zich neer. Binnen de rechtbanken is de afspraak dat het dragen van een toga niet mag worden gecombineerd met tekenen waaruit hun levensovertuiging of andere levensopvatting blijkt. Denk aan het dragen van een keppeltje, een hoofddoek of een kruisje.

Discussie

Wanneer het Europees Hof het advies van de advocaat-generaal overneemt, valt te verwachten dat werkgevers, die een verbod op het zichtbaar dragen van religieuze uitingen willen invoeren, het bedrijfsreglement zullen aanpassen. Een dergelijke aanpassing kan door werknemers worden opgevat als een eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden. Dat zal, ongetwijfeld, weer nieuwe discussies op werkvloeren opleveren.

 

Pascal Besselink, senior jurist arbeidsrecht

Meer weten over wijzigen arbeidsvoorwaarden? Hier vind je informatie.