Kan verlaten verhuurder weer in eigen huis wonen?

huren

hurenEen boze Gert* zit bij mij aan tafel. Een verdrietige Gert ook. Hij voelt zich besodemieterd, in zijn eigen woorden. Ze hadden zulke goede afspraken gemaakt, huurder Paul en hij. Allebei twee maanden opzegtermijn. En nu Gert de huurovereenkomst opzegt, weigert Paul te vertrekken. ‘Huurbescherming, zegt ie. Nou vraag ik je…’, briest Gert bij mij aan tafel.

Nu zijn relatie met Willem* is stukgelopen, wil Gert weer in zijn eigen huis gaan wonen. En dat had hij aan Paul* verhuurd, toen hij bij Willem introk. Gedoe allemaal. En de belangrijkste vraag stelt Gert mij direct na zijn woede-uitbarsting: ‘Heeft Paul gelijk dat hij mijn woning niet uit hoeft?’

Twee maanden geldt niet

Ja, zijn huurder heeft gelijk, en dat kan ik Gert haarfijn uitleggen. Als verhuurder kan hij de huurovereenkomst met Paul niet zomaar opzeggen. Dat is nu eenmaal een bepaling in de wet, waarvan ook Gert niet kan afwijken. Een opzegtermijn van twee maanden is een afwijkende bepaling, en die geldt dus simpelweg niet.

Gert veert op

Gert baalt daar behoorlijk van, want hij leeft nu letterlijk als een zwerver op straat. Er moet ook een oplossing voor Gert zijn. Ik leg hem uit dat hij de huurovereenkomst kan opzeggen als hij de woning dringend nodig heeft voor eigen gebruik. Een relatiebreuk kan zo’n dringende reden zijn. Gert veert op, maar kijkt tegelijkertijd nog een beetje bedrukt. ’Moet ik nu een procedure bij de rechter beginnen?’, vraagt hij snel. ‘Laten we het eerst anders doen’, stel ik voor. Ik wil niet direct inzetten op een juridisch gevecht. Ik nodig Paul met zijn advocaat uit voor een gesprek met Gert en mij op mijn kantoor.

Er is een oplossing

Tijdens dat gesprek bespreken we drie opties. De eerste is dat Paul de woning koopt, de tweede is dat hij de woning verlaat en de derde optie is dat Paul en Gert de rechter om een uitspraak vragen. Al snel wordt duidelijk dat zowel Gert als Paul geen zin heeft in een procedure bij de rechter. Dat kost te veel tijd en energie. De woning kopen is voor Paul ook geen reële optie. Hij heeft sinds een tijdje een relatie en weet niet hoe lang hij nog in de woning wil blijven wonen.

Verhuiskostenvergoeding

Zo blijft de optie van vertrek uit de woning over. Paul wil wel vertrekken, maar niet voor niets. Paul kan als huurder aanspraak maken op een zogenoemde ‘verhuiskostenvergoeding’. Gert biedt Paul dan ook een bedrag voor verhuiskosten en inrichtingskosten aan. Over de hoogte van het bedrag worden Gert en Paul het snel eens. Samen met de advocaat van Paul stel ik een overeenkomst op waarin we de gemaakte afspraken vastleggen. Paul en Gert tekenen die overeenkomst. Ze kunnen nu door één deur naar buiten…

 

*Namen zijn gefingeerd