Vakantiepret: werkgever financieel de pisang

Door
DAS

In vakantietijd reizen we en masse bepakt en bezakt af naar zonnige oorden om te onthaasten. Voor het gros van de Nederlanders wordt de vakantie al relaxend door gebracht en is de enige inspanning die wordt geleverd een wandelingetje van de strandstoel naar de bar en vice versa. En toch is daar die ene vakantieganger die zich vol overmoed stort op al het vertier dat wordt aangeboden aan het strand, zoals paragliden en beachvolleybal.

Reumatische postbezorger

Zo ook Pim, postbezorger van beroep, die een vakantie heeft geboekt naar de Turkse Riviera. Pim heeft sinds zijn jonge jaren last van reuma. Met name zijn handen en rug hebben hieronder te lijden waardoor Pim zich, tot ongenoegen van zijn werkgever, met regelmaat moet ziek melden. Pim leeft in een vakantieroes en laat zich in een gekke bui verleiden tot een vaartochtje op de welbekende banaan. Al roetsjend over het water maakt Pim een uitglijer: hij valt in hoge vaart van de banaan af omdat hij zich vanwege de reuma in zijn handen niet goed heeft kunnen vasthouden. Gevolg van dit hachelijke avontuur is een gebroken rug waardoor zijn vakantie voortijdig tot een eind is gekomen. Thuiskomend licht Pim zijn werkgever in en meldt zich ziek. De werkgever is woest en vraagt zich af of hij het salaris van Pim tijdens zijn arbeidsongeschiktheid moet doorbetalen.

Willens en wetens risicovol gedrag

Uitgangspunt is dat een arbeidsongeschikte werknemer volgens de wet gedurende minimaal 104 weken recht heeft op 70% van zijn loon, het eerste jaar minimaal het minimumloon, tenzij hij de arbeidsongeschiktheid opzettelijk- dus willens en wetens- heeft veroorzaakt. Deze opzet moet zijn gericht op het veroorzaken van arbeidsongeschiktheid. Willens en wetens risicovol gedrag met als gevolg arbeidsongeschiktheid leidt niet tot verlies van loon. De opzet moet door de werkgever worden aangetoond en dat zal in de regel lastig zijn. Zo werd er geen opzet aangenomen bij arbeidsongeschiktheid na een cosmetische, dus geen medisch noodzakelijke, ingreep en werd er geen opzet aangenomen bij het afzagen van een hand met als doel zelfmoord te plegen. Het gerechtshof oordeelde dat het afzagen van de hand gericht was op het benemen van het leven en niet op de arbeidsongeschiktheid. Ons hoogste rechtscollege, de Hoge Raad, vindt dat een werkgever 70% van het loon moet betalen als er sprake is van arbeidsongeschiktheid dat het gevolg is van risicovol gedrag. Dit geldt niet voor aanvullingen hierop. Hier mogen een werkgever en werknemer onderling afspraken over maken.

Conclusie

De werkgever van Pim zal gedurende maximaal 104 weken in ieder geval minimaal 70% van het loon moeten betalen. De eerste 52 weken zal dit minimaal het voor Pim geldende minimumloon moeten zijn. Eventuele, tussen zijn werkgever en Pim afgesproken aanvullingen hierop, mag zijn werkgever onbetaald laten. Tenminste, als bedongen is dat de aanvulling niet zal worden betaald als de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door eigen schuld of toedoen.

Miranda Oostenrijk, jurist DAS Roermond

*blog werd eerder gepubliceerd in BAAZ Magazine en op baaz.nl