blog
Drie belangrijke nieuwe regels voor flexwerkers op komst
De Tweede Kamer heeft ingestemd met een wetsvoorstel dat als doel heeft om werknemers met een flexibel contract sneller aan een vast dienstverband te helpen. Met de nieuwe regels wil het kabinet daarnaast zorgen voor meer zekerheid over het inkomen en het aantal uren dat zij werken. De Eerste Kamer moet de wet nog wel goedkeuren. De verwachting is dat de Eerste Kamer nog voor de zomer goedkeuring zal geven. Het is de bedoeling dat de wet per 1 januari 2028 in werking treedt.

Drie belangrijke wijzigingen
Er zijn een paar grote dingen die gaan wijzigingen. Ik zet de drie belangrijkste veranderingen op een rij.
1. Geen eindeloos tijdelijk contract meer
Tijdelijke contracten mogen onder de nieuwe wet alleen gebruikt worden voor tijdelijk werk en mogen niet meer eindeloos door bedrijven worden ingezet. Op dit moment kunnen werkgevers iemand in drie jaar tijd drie tijdelijke contracten aanbieden. Hiervan kan bij cao worden afgeweken. Daarna moet het een vast contract worden of wordt het dienstverband beëindigd.
Er zijn werkgevers die nu nog de zogenoemde draaideurconstructie toepassen. Na een pauze van een half jaar kan de werknemer opnieuw onder een tijdelijk contract in dienst komen en dan begint de hele cyclus van tijdelijke contracten opnieuw.
Dat wil de wetgever met de nieuwe wet voorkomen. Werknemers krijgen op deze manier immers geen enkele zekerheid. Daarom is er nu gekozen voor een minimale onderbrekingstermijn van drie jaar. Pas na die tijd mag iemand opnieuw op basis van een tijdelijk contract in dienst komen. Mijn verwachting is dat draaideurconstructies zullen verdwijnen. Drie jaar wachten is voor zowel werkgever als werknemer simpelweg te lang.
2. Nulurencontract wordt vervangen
Het zogenoemde oproep- of nulurencontract, waarbij werknemers geen vast aantal uren werken maar op oproepbasis, wordt onder de nieuwe wet vervangen door het zogenoemde bandbreedtecontract. Reden daarvoor is dat een nulurencontract mensen te weinig zekerheid biedt over het aantal uren dat ze kunnen werken, en wordt daarom vervangen door het zogenoemde bandbreedtecontract.
In dat contract worden afspraken gemaakt over het minimum en maximumaantal uren dat iemand werkt. De grote verandering is dat het verschil tussen de twee maximaal 130 procent is. Werkt iemand tien uur, dan is het maximum 13 uur. Alles daarboven kan door de werknemer worden geweigerd.
Ik vraag me wel af hoe de nieuwe regels in de praktijk uitpakken. De mensen die een nulurencontract hebben, zijn namelijk vaak ook de meest kwetsbare groep werknemers. Uit onderzoek blijkt dat zij hun gelijk bij problemen niet snel proberen te halen, ze durven hun werkgever er niet op aan te spreken en weten de weg naar hulp niet goed te vinden. Er wordt maar nauwelijks geprocedeerd hierover.
Overigens gelden er wel uitzonderingen voor onder meer scholieren en studenten en AOW-gerechtigden. Zij mogen onder de nieuwe regels nog wel op oproepbasis, of onder dat nulurencontract werken. Maar daar zitten wel een paar haken en ogen aan.
3. Gelijkwaardige uitzendkrachten
De derde en laatste grote wijziging onder de nieuwe regels is eigenlijk niet nieuw. Die is namelijk al vastgelegd in de CAO voor de uitzendbranche, maar dat die nu wettelijk wordt verankerd is wel een stukje winst. Dat betekent dat zij naast loon ook gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden krijgen.
Voor werkgevers betekent dit dat flexibiliteit anders ingericht moet worden. Voor werknemers kan het juist meer houvast bieden. In de praktijk zal straks moeten blijken hoe deze balans zich ontwikkelt.
Pascal Besselink
Ik houd mij vanaf 1997 bezig met het arbeidsrecht. Als advocaat sta ik zowel werkgevers als werknemers bij. In 2010 rondde ik cum laude de postdoctorale Specialisatie Opleiding Grotius Arbeidsrecht af en in 2011 de Leergang P...
Meer artikelen van Pascal Besselink
