Hoe kan de werkgever een ontslagprocedure starten?

Er is een onderscheid tussen de ontslagprocedure in het openbaar onderwijs en het bijzonder onderwijs.

Ontslag in het openbaar onderwijs
In het openbaar onderwijs kan de werkgever een eenzijdig (voorgenomen) ontslagbesluit nemen, waartegen de werknemer binnen zes weken bezwaar kan aantekenen bij het College van Bestuur van de onderwijsinstelling. Als het College het bezwaar van de werknemer ongegrond verklaart, kan een werknemer beroep en hoger beroep aantekenen bij de bestuursrechter.

In veel gevallen komt het niet tot een inhoudelijke ontslagprocedure en wordt tussen partijen een zogenoemde beëindigingsovereenkomst met wederzijds goedvinden gesloten. In deze gevallen worden nadere afspraken gemaakt omtrent de afwikkeling van het dienstverband en het borgen van de uitkeringen.

Ontslag in het bijzonder onderwijs
In het bijzonder onderwijs geldt sinds 1 juli 2015 voor de werkgever een verplichte route. Bij bedrijfseconomische redenen of als een werknemer meer dan twee jaren ziek is geweest, moet de werkgever bij het UWV om een ontslagvergunning vragen. In alle overige gevallen moet de werkgever een ontbindingsverzoek indienen bij de (kanton)rechter.

De mogelijkheid van een opzegging van de arbeidsovereenkomst zonder dat een preventieve toets heeft plaatsgevonden, is per 1 juli 2015 komen te vervallen.