Er is een fout opgetreden in dit component.

Wat toetst de rechter?

De rechter kijkt of het besluit en de beslissing op bezwaar niet in strijd zijn met de wet. De rechter bekijkt dan of alle procedureregels wel goed zijn nageleefd. Ook bekijkt de rechter of het besluit en de beslissing op bezwaar niet in strijd zijn met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Deze algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn:

  • Het zorgvuldigheidsbeginsel
    Een besluit moet zorgvuldig worden voorbereid en genomen. Dit betekent bijvoorbeeld dat de burger correct behandeld moet worden, de feiten en belangen moeten zorgvuldig onderzocht zijn, de procedure goed gevolgd is en dat de besluitvorming deugdelijk is.
  • Het gelijkheidsbeginsel
    Gelijke gevallen moeten gelijk worden behandeld.
  • Het vertrouwensbeginsel
    Toezeggingen moeten worden nagekomen en opgewekte verwachtingen moeten zoveel mogelijk worden gehonoreerd.
  • Het rechtszekerheidsbeginsel
    Het bevoegd gezag mag zich niet op beleid beroepen wat nooit is gepubliceerd of bekendgemaakt. De geldende wetten en regels moeten juist worden toegepast, zodat de burger weet waar hij aan toe is.
  • Het fair-play beginsel
    Het bevoegd gezag mag zich niet verlagen tot trucjes of bedrog of misleiding. Het overrompelen of onder druk zetten van een ambtenaar is niet toegestaan.
  • Het motiveringsbeginsel
    Een besluit moet goed worden gemotiveerd. Het bevoegd gezag moet in een besluit logisch en begrijpelijk uitleggen waarom zij dit besluit neemt.
  • Het verbod van détournement de pouvoir
    Het bevoegd gezag mag een bevoegdheid niet voor een ander doel gebruiken dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. Het wegwerken van een lastige ambtenaar door zijn functie op te heffen is dus niet toegestaan.